donderdag 8 december 2011

Johan Eskens, Nederland (1924-1945)



Johan Gerard Eskens werd geboren op 4 november 1924 te Amsterdam. Na het verlaten van de mulo gaat hij als kantoorbediende aan de slag bij Handelmaatschappij H.Albert de Bary & Co te Amsterdam. In zijn vrije tijd was hij lid van de Jeugdbond voor onthouding en schreef hij gedichten.

In juni 1943 weigerde hij te voldoen aan de oproep voor verplichte tewerkstelling in Duitsland en dook hij onder bij de familie Inkelaar te Middelie. Hier luisterde hij naar de Engelse zender en noteerde de berichten. Deze werden vervolgens door de onderduikgever in het dorp doorgegeven. Eskens verspreidde in een later stadium zelf het illegale blad De Waarheid, zamelde geld in ten behoeve van het Solidariteitsfonds van Edam, voorzag onderduikers met bonkaarten en bracht geld naar een in Middelie ondergedoken schippersgezin.

Als RvV-lid nam hij deel aan wapeninstructies en was hij betrokken bij overvallen op distributiekantoren en bevolkingsregisters en het verwijderen van explosieven onder bruggen, duikers en sluizen. Als gevolg van verraad werden Eskens, zijn onderduikverstrekker(en tevens aanstaande schoonvader) en een ondergedoken joods echtpaar op 24 februari 1945 's nachts in Middelie gearresteerd. Tijdens een verhoor in Oosthuizen nam Eskens alle schuld op zich. Via het HvB-Alkmaar werd hij overgebracht naar het HvB-Weteringschans te Amsterdam en op 12 maart 1945 gefussileerd.

bron: eerebegraafplaats Bloemendaal

In 1945 verschijnt bij J.Muusses te Purmerend de bundel (124 blz.) Voorbij - herinneringen aan Johan Eskens in een oplage van 200 exemplaren. Herinneringen aan is mogelijk enigszins verwarrend aangezien het degelijk allemaal gedichten van Eskens bevat. Het één en ander wordt verklaart op pagina 3.

Van een vogel

Kijk eens in dien hoogen boom,
Daar zit een vogel, hij zingt loom
Hij zingt van: wiede wiede wiet,
Zoo klinkt het vrolijk lied
Als de zon schijnt in gloed
Dan is het tijd voor de broed
Alle vogels zitten op het nest,
En doen opper hun best


Dit simpele versje, geschreven op 8-jarigen leeftijd, was de inleiding van een lange reeks gedichten. Dit boekje heeft niet de bedoeling van een gedichtenbundel, maar als dankbare herinnering aan onzen zoon Johan. Hij is gefussileerd door de Duitsers voor zijn ideaal den 12en maart 1945 in het Weteringplantsoen te Amsterdam op 20 jarige leeftijd.

ter illustratie heb ik een vijftal gedichten in chronologische volgorde opgenomen:










Geen opmerkingen: