dinsdag 24 maart 2009

Nadia Anjuman (1980 - 2005)



Nadia Anjuman werd geboren in 1980 in Herat, Afghhanistan. alwaar ze ook de middelbare school doorliep. Op het moment dat ze stierf studeerde ze als derdejaars literatuur aan de universiteit van Herat.

In 2005 publiceerde ze haar debuutbundel "Gul-e-dodi" (Donker rode bloem), welk al snel populair zou worden in zowel Afghanistan als het aangrenzende Iran.

Kort daarna, op 4 november 2005 werd ze dood aangetroffen in haar huis in Herat. Haar man heeft altijd volgehouden dat hij haar gedurende een ruzie enkel een tik verkocht had, waarna ze zichzelf het leven zou hebben ontnomen door inname van vergif. De waarheid zal wel nooit boven tafel komen, aangezien de familie tegen autopsie was, en de verkaringen van de betrokkenen elkander nogal tegenspreken. Maar het feit dat zij dichteres was (over liefde en schoonheid schreef) en zich nogal sterk uitsprak over de zwakke positie van de vrouw in de Afghaanse samenleving, worden toch wel gezien als een belangrijke bron tot schaamte binnen de familie, die uiteindelijk tot haar dood zou leiden.

Ghazal

From this cup of my lips comes a song;
It captures my singing soul, my song.

That in my words is the meaning of ecstasy,
That dies my happiness into grief, my song.

If you see that my eyes say a word,
Then take it as my forgetfulness, my song.

Do not ask of love, O it tells me of you;
My words of love speak of death, my song.

His hope, like flowers, I desire.
No drop of my eyes is enough, my song.

The daughter of this place sings qasida, a ghazal,
But what spoils her strange verses, my song?

O the gardener does not understand, my hapiness;
O do not ask for many looks of my youth, my song.

From these hands, these feet and words, it looks strange
That my name is written on the slate of this age, my song.

© Nadia Anjuman
vertaald door Khizra Aslam

(dit artikel zal terzijnertijd nog verder uitgebreid worden)

vrijdag 6 februari 2009

Augusto dos Anjos (1884 - 1914)



Augusto de Carvalho Rodrigues dos Anjos werd op 20 april 1884 geboren in Cruz do Espírito Santo, Brazilië. Thuis geschoold door zijn vader ging hij later studeren aan het plaatselijke lyceum alwaar hij uiteindelijk in 1908 zelf les zou gaan geven. Augusto werd gezien als een nogal zelfingenomen dichter die reeds gedichten schreef op zijn zevende.

n 1903 begon hij aan een rechtenstudie aan de faculteit van Recife, alwaar hij vier jaar later zijn graad zou behalen. Hij trouwde met Ester Filiado in 1910.

Zowel zijn wereldbeeld als zijn poëzie werden voor een groot deel beïnvloed door de werken van Herbert Spencer, Ernst Haeckel & Arthur Schoppenhauer (meer info over deze beïnvloeding en zijn werk treft men hier )

Om zichzelf beter te kunnen wijden aan zijn professorschap verhuisde hij naar Rio de Janeiro alwaar hij verschillende academische functies bekleedde.

Hij stierf op 30 oktober 1914 op negenentwintig jarige leeftijd in Leopoldina, alwaar hij directeur was van een scholengemeenschap, aan de gevolgen van een longontsteking.

Gedurende zijn leven publiceerde hij vele gedichten in kranten en tijdschriften. In 1912 publiceerde hij zijn enigste poëzie bundel - Eu (Ik). Na zijn dood verzorgde zijn vriend Orris Soares een uitgebreidere editie van zijn gedichten onder de titel - Eu e outras poesias.

Zijn werk is altijd onderwerp voor discussie gebleken. Zowel onder de critici als onder de gewone lezers bestonden er altijd twee duidelijke kampen. Je vond het prachtig of...


dinsdag 3 februari 2009

.....

Zoals het er nu naar uit ziet zullen de werkzaamheden alhier binnenkort eindelijk een vervolg krijgen - het eerst zal dan de index aan de beurt zijn.

vrijdag 1 augustus 2008

dinsdag 29 juli 2008

Dan Andersson (1888-1920)


Muzikant & schrijver van eenvoudige komaf die uit zou groeien tot één van de meest populaire Zweedse dichters. Hij kreeg pas postume waardering - gedurende zijn leven leed hij aan financiële tekorten en werd zijn werk door critici afgedaan als onbegrijpelijk.

Werd geboren te Skattlösberg Grangärde. Zijn vader - Adolf Andersson - was een diep religieus man, onderwijzer in een kleine dorpsschool. Verdiende bij als boekbinder. Ze waren arm en de familie moest extra inkomen zien te beuren uit verscheidene klusjes en deeltijdbaantjes.

In zijn jeugd leidde Dan een zwervend bestaan. Werkzaam als houtbewerker, tijdelijk leerkracht, fabrieksarbeider en reizend verkoper. Op zijn veertiende werd hij naar Amerika gestuurd om de mogelijkheden tot emigratie te gaan bestuderen. Werkte daar op de boerderij van een oom en tante maar na acht maanden keerde hij terug zonder geld en met de blaren op zijn hielen. Terug in Zweden zat hij weer snel in het vertrouwde ritme van het ene baantje na het andere. Iets wat jaren aanhield, maar hem in ieder geval wel veel inspiratie verstrekte voor zijn poëzie.

In 1910 trad Andersson toe tot het Zweedse leger, maar werd al snel ontslagen in verband met Tuberculose.

Hij las veel van denkers zoals Kant, Schoppenhauer & Nietszsche. Onder zijn vrienden bevond zich ook ene Martin Koch, die later typische arbeiders romans zou publiceren.

Vanaf 1913 stortte hij zich volledig op het schrijven
1914 - Kolarhistories
1915 - Kolvaktarens visor
1916 - Dat Kallas vidskepsele (korte verhalen)
Liet zich in zijn werk inspireren door schrijvers zoals Wilde, Tagore en Dostojevski.

Bleef leven in complete armoede en probeerde zijn hoofd enkel nog boven water te houden doormiddel van schrijven.

De familie verhuisde in 1915 naar Granberg, waar ze een huis bouwde. Op de koude zolder bleef Andersson ondertussen stug doorschrijven.

1917 - Svarta Ballader (gedichten)
1918 - De Tre Hemlösa (autobiografisch - de drie thuislozen)
1919 - David Ramms Arv

Als schrijver bleef Andersson echter onbekend bij het grote publiek

David Rann is de zoon van een arme kleermaker (Andersson's vader is een periode kleermaker geweest). Hij groeit op met zijn broer in een afgelegen dorpje dat geplaagd wordt door religieuse fanatici. David gaat naar zee, ondergaat de zonden van Londen en wordt gered door een zichzelf opofferende prostitué.

In 1917 werkte hij als een journalist voor Ny Tid, een krant die verscheen in Göteburg. Hij nam ontslag in 1918 & keerde terug naar Grasberg - naar zijn ouders.

In 1918 trouwde hij met Olga Turesson & vestigde zich in een klein dorpje (Göuas) waar zijn vrouw werkzaam was als lerares, maar hij bleef zwervende. Zijn financiële situatie bleef slecht, ondanks de voorschotten & giften van vrienden.

Hij stierf op 16 september 1920 in een hotel te Stockholm aan een cyanide vergiftiging. De Cyanide werd gebruikt om vlooien en andere bedbeestjes te doden. Maar het matras en beddengoed waren niet bepaalde goed gelucht zodat de volle dosis er nog in was blijven zitten, en Andersson dit gedurende de nacht geïnhaleerd heeft, om vervolgens niet meer wakker te worden. Hij werd 32 jaar.

Cornelis des Amorie van de Hoeven (1831-1860)

25.03.1831 Amsterdam
24.02.1860 Cannes

Legde zich eerst op de handel toe, maar werd later gedetacheerd aan het Departement van Buitenlandse Zaken. Hij overleed te Cannes. Achtentwintig jaar oud.

Zijn Poëtische nalatenschap werd in 1870 te Amsterdam uitgegeven door M. Cohen Stuart.

Abraham des Amorie van der Hoeven (1821-1848)



15.02.1821 Rotterdam
20.03.1848 Utrecht

Nederlands Theoloog en Letterkundige

Studeerde theologie en letteren te Leiden en publiceerde in die tijd als antwoord op Bosscha's A-saga en Van Lenneps E-legende een verhaal met de o als enige klinker: Colholms roos. O-sprook (1841).

Promoveerde op zijn beide vakgebieden in 1843 en reisde daarna door Duitsland, waarvan hij verslag deed in Herinneringen van mijne academiereis in 1843 (1845).

In April 1844 werd hij predikant te Boskoop en een jaar later te Utrecht.

Van 1845 tot 1846 was hij medewerker aan De Gids.

Hoewel zijn belangrijkste werk op theologisch gebied ligt, zoals in De godsdienst, het wezen van de mensch; brief aan dr. J.J. van Oosterzee (1848), schreef hij ook literair werk dat na zijn dood gebundeld werd in Proza en poëzie (1850), waarin een herinnering aan de schrijver door J.J. van Oosterzee werd opgenomen.