donderdag 20 augustus 2009

Joan Leonardsz. Blasius, Nederland (1639-1672)



13.04.1639 Oostvliet
06.12.1672 Amsterdam

In 1655 werd hij te Leiden student in de medicijnen en rechten, en op 28 Mei 1660 promoveerde hij aldaar in de rechten op een proefschrift over de Lex Julia de adulteriis. Eerst vestigde hij zich als Advocaat te Leiden, later in Amsterdam, alwaar hij in December 1662 trouwde met Maria Wiebouts, de Celestine zijner zangen.
In 1670 werd hij regent (onderdirecteur van de Amsterdamse Schouwburg.

Hij was een fel tegenstander van Nil Volentibus Arduum. In zijn vertalingen uit het latijn van Plautus & uit het Frans van onder andere Scarron & Boisrobert lapte hij de strenge Frans-Classistische opvattingen van het eerder genoemde dichtgenootschap aan zijn laars en trok duidelijk zijn eigen plannen. Zijn romantische benadering van de poëzie en zijn keuzes als regent van de schouwburg, hadden op een eerder moment reeds kwaad bloed gezet bij de verenigde dichters.

1661 mengeldichten
1661 Geslachtboom der goden en godinnen
1663 Fidamants kusjes minne wijzen en bij rijmen aan Celestijne ( klik hier voor weergave van de gehele tekst)
1670 't Huwelijk van Orondates & Statira

Hoewel het werk van Blasius niet al te hoog meer wordt aangeslagenvandaag de dag, wordt zijn poëtisch gevoel boven vele van zijn tijdgenoten geplaatst. Voornamelijk door de reeds eerder genoemde romantischere insteek van zijn gedichten.

Verder is één van zijn blijspelen nog te hier terug te lezen. Het betreft "De edelmoedige vijanden"uit 1659.

woensdag 19 augustus 2009

Aloysius Bertrand, Frankrijk (1807-1841)



Bertrand introduceerde het proza gedicht in de Franse literatuur en wordt gezien als een voorbeeld voor de latere symbolisten.

Hij werd als Louis Jacques Napoleon Bertrand op 20 april 1807 geboren in Ceva, Piemonte, Italie (toendertijd onderdeel van Napoleons Frankrijk). Zoon van Georges Bertrand, luitenant in het Franse leger en Laura Davico, de dochter van de plaatselijke burgermeester.

In 1814 keerde zijn familie terug naar Dijon, alwaar hij zijn onderwijs genoot, & in 1826 lid werd van een kleine maar gerenommeerde literaire kring. Aldaar werd hij in de gelegenheid gesteld zijn eerste gedichten voor te dragen. Door zijn locale bekendheid werd hij in 1826 benoemd tot het hoofd van Le Provincal, een plaatselijke krant. Een betrekking die hij slechts enkele maanden zou houden in verband met zijn vertrek naar Parijs.

Maar aangezien hij het maar niet voor elkaar kreeg zijn gedichten gepubliceerd te krijgen keerde hij reeds in 1830 teleurgesteld terug naar Dijon. Maar ook daar kon hij niet aarden, Parijs en zijn literaire droom bleven aan hem trekken zodat hij eind 1832 toch weer zijn geluk ging beproeven in de Franse hoofdstad. Maar proeven zou hij er weinig.

Neem nu zijn belangrijkste werk Gaspard de la Nuit (een bundel prozagedichten) dat door grote namen zoals Hugo & Saint-Beuve zeer gewaardeerd werd maar met heel veel moeite het literaire publiek zou bereiken . Want hoewel hij het manuscript reeds in 1836 wist te verkopen aan Eugene Renduel, zou deze pas in 1842 gepubliceerd worden. Nauwelijks een jaar na zijn dood door tuberculose in een Parijs ziekenhuis op 29 april 1841. En zelfs in 1842 was de ontvangst van het boek erg koeltjes. Pas toen het enkele jaren later door onder andere Baudelaire & Mallarme herhaaldelijk geprezen werd, begon het publiek zich er voor open te stellen.

Gaspard de la Nuit is een bundel fantasierijke prozagedichten. Het werk reflecteert ondanks alle beschreven gruwelen ook het romantische karakter van het middeleeuwse, het mysterieuze & het bizarre. In het nederlands is Gaspard de la Nuit onder andere te verkrijgen in een vertaling van Hans van Pinxteren bij uitgever Athaneum -Polak & van Gennep.
---
Meermin (oorspronkelijke titel Ondine)

Hoor!Hoor! Ik ben het, Ondine, die met deze regendruppels ruisend strijkt langs de ruitjes van je vensterraam, vaal verlicht door de manestralen; hier is de kasteelvrouw in een gewaterde wade, die op haar balkon uitstaart over het slapende meer in de mooie besterde nacht.

Elke golf is een meerman die zwemt in de stroom , en elke stroom een pad dat slingert naar mijn paleis, en mijn paleis verheft zich op de bodem van het meer, vloeibaar bouwwerk in de driehoek van vuur, aarde en lucht.

Hoor! Hoor! Mijn vader slaat het kwakende water met een groene elzentak, en mijn zusters strelen met schuimende armen de koele eilanden van wier, waterlelies en lissen, of drijven de spot met de wrakke, baardige wilg die te vissen staat.

Aan het einde van haar ruisend lied smeekte ze mij haar ring te steken aan mijn vinger, de gemaal te worden van een meermin en met haar mee te gaan naar haar paleis, om te tronen over de meren.

En toen ik antwoordde dat ik een aardse vrouw beminde, vergoot zij pruilend en gekrenkt een paar tranen, lachte schaterend en loste op in flarden regen, die zilverend gutsten langs mijn blauwe ruitjes.

© vertaling : Hans van Pinxteren

---

In 1908 componeerde Ravel Gasdpard de la nuit - een drietal spookachtige gedichten voor de piano - geinspireerd op het werk van Bertrand.


Adrien Bertrand, Frankrijk (1888-1917)




Adrien Bertrand werd geboren op 4 Augustus 1888. Na zijn studie vertrok hij naar Parijs, alwaar hij werkzaam was als journalist voor onder andere Paris-Midi & L'Homme libre.

In 1908 richtte hij het literaire tijdschrift Les Chimeres op, waarin hij naast zijn socialistische propaganda ook verschillende surrealistische gedichten publiceerde. Verder redigeerde hij werk van Verlaine, schreef kritische biografieen en lyrische poezie. Hoewel Bertrand een overtuigd pacifist was, twijfelde hij bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog geen seconde om het leger in te gaan en zijn vaderland te dienen.

Na enkele maanden (volgens de overleveringen op zeer heroische wijze) aan de frontlinie te hebben gediend, wordt Bertrand eind oktober 1914 getroffen door een granaatscherf. Hij werd verschillende malen geopereerd maar zou uiteindelijk op 18 november 1917 te Grasse alsnog bezwijken aan zijn verwondingen. In die laatste periode van zijn leven schreef hij naast poezie ook enkele romans en een verhalenbundel, met eigenlijk slechts één onderwerp: de oorlog.

zijn oeuvre:
* Les Soirs ardents. Cadences et rythmes, 1908
* Les Jardins de Priape, 1916
* L'Appel du Sol, 1916 - (roman, waarmee hij de Prix Goncourt zou winnen)
* L'Orage sur le jardin de Candide, 1917 (verhalenbundel)
* La Victoire de Lorraine, 1917
* Le Verger de Cypris, 1918
* Sonnets sur la Nature, 1923

Leon Berthon, Frankrijk (1893-1917)

De Franse dichter en schrijver van korte verhalen Leon Berthon werd naar verluidt in 1893 geboren. Hij overleed op 12 februari 1917 te Clermont, Oise aan de gevolgen van een ziekte die hij in de loopgraven had opgelopen.

Eén van zijn gedichten werd opgenomen in "poemes de la guerre" die door M.Rocher werd samengesteld

Jean Marc Bernard, Frankrijk (1881-1915)

Was een Frans dichter en criticus.

In 1909 richtte hij het satirische blad "les quepes" op. Werkte veel samen met Francis Carco & Tristan Dereme beide lid van het zogenaamde l'ecole les Fantasiste.

In 1913 publiceerde hij "Sub tegmine fagi" (poezie). Schreef tevens "de Profundis", een poetisch werk over de verschrikkingen van de loopgraven, alwaar hij zelf ook zijn einde zou vinden.

Edouard Bernard, Frankrijk (1888-1914)

In 1911 verscheen van zijn hand de bundel "Breves Silhouettes". Hij sneuvelde op 27 september 1914 in de loopgraven nabij Apremont la Foret

Alexander Petrovich Benitsky, Rusland (1780-1809)

Benitsky overleed op 30 november 1809 te St.Petersburg aan T.B.C. 29 jaar oud.

Zijn filosofische en didactische verhalen (die in stijl aan voltaire deden denken) hadden een behoorlijk aanzien aan het begin van de negentiende eeuw. Verder produceerde hij gedichten en satirische fabels.