De van oorsprong Colombiaanse schrijver Herman de Bengoechea, werd in 1889 geboren en sneuvelde gedurende de eerste wereldoorlog te Frankrijk op 9 mei 1915 (mogelijk als soldaat in het vreemdelingenlegioen). Voor zijn verdiensten werd hem een oorlogskruis toegekend.
Verschenen werken
1921 Les crepuscules du matin (Poezie)
1922 le vol du soir (toneel)
1924 le sourivede I'lle de France (essays)
woensdag 19 augustus 2009
Daniel Bellemans, België (1642-1674)
Hoewel de jaartallen 1640 & 1641 ook her en der genoemd worden, wordt toch aangenomen dat Daniel Bellemans in 1642 te Antwerpen geboren werd.
Op 18-jarigen leeftijd was hij in de Norbertijner abdij te Grimbergen bij Vilvoorden ingetreden, alwaar hij in 1661 zijn kloostergeloften uitsprak en vier jaar later de priesterwijding ontving. Na enkele jaren van voorbereiding in de abdij, ging hij met een medebroeder der St. Michielsabdij te Antwerpen Ant. Verachteren hulp verlenen aan de verlaten katholieken van Maas en Waal. Bellemans vestigde zich eerst in Oyen en later in Horssen, alwaar hij op 12 december 1674 zou komen te overlijden.
Bellemans schreef geestelijke liederen die hij bundelde in "'t citherken van Jezus" & Den liefelijcken paradijsvogel" welke beide in 1670 verschenen en daarna nog vele malen herdrukt zouden worden.
Op 18-jarigen leeftijd was hij in de Norbertijner abdij te Grimbergen bij Vilvoorden ingetreden, alwaar hij in 1661 zijn kloostergeloften uitsprak en vier jaar later de priesterwijding ontving. Na enkele jaren van voorbereiding in de abdij, ging hij met een medebroeder der St. Michielsabdij te Antwerpen Ant. Verachteren hulp verlenen aan de verlaten katholieken van Maas en Waal. Bellemans vestigde zich eerst in Oyen en later in Horssen, alwaar hij op 12 december 1674 zou komen te overlijden.
Bellemans schreef geestelijke liederen die hij bundelde in "'t citherken van Jezus" & Den liefelijcken paradijsvogel" welke beide in 1670 verschenen en daarna nog vele malen herdrukt zouden worden.
Jacobus Bellamy, Nederland (1757-1786)

Jacobus Bellamy werd op 12 november 1757 te Vlissingen geboren als zoon van een Nederlandse moeder (Sara Hoefnagel) en Zwitserse vader (Jacques Bellami). Zijn vader overleed toen Jacobus 11 jaar oud was. Vanaf zijn twaalfde moest Jacobus mede de kost verdienen als bakkersknecht. Tijdens dit werk, dat hem meer en meer tegen begon te staan, begon hij een voorliefde te ontwikkelen voor de poezie Zijn grote voorbeelden uit die tijd waren Joannes Antonides, Jakob Zeeus en Hubert Kornelisz. Poot.
In 1777 beveelt de dominee, Jona Willem Te Water, hem aan bij een dichtgenootschap. Niet veel later werd Jacobus verliefd op Francina Baane. Zij verloofde zich echter in 1779 met een ander. In datzelfde jaar werd hij, met steun van wederom dominee Te Water toegelaten tot de predikantenopleiding en werd hij lid van het Haagse dichtgenootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt". Hier ontwikkelt hij zijn dichttheorie dat losheid, waarheid en natuur voorwaardes zijn voor de totstandkoming van kunst.
In 1780 stierf de verloofde van Francina Baane, en verloven Francina en Jacobus zich in het geheim. Toen het eenmaal toch uitkwam, verbood Francina's moeder dat ze elkaar nog zouden zien. In de jaren die volgden, zouden ze elkaar alleen heimelijk ontmoeten bij een wederzijdse vriendin. Deze tijd was een grote bron van inspiratie voor Jacobus. In 1784 werd hij erkend als dichter en accepteerde zijn schoonmoeder de verloving.
Aan het einde van 1781, na 2 jaar privélessen van rector Didericus van Cruysselbergen, werd Jacobus toegelaten op de Universiteit van Utrecht. Dominee Te Water was inmiddels overleden en vanaf dat moment kwam de financiële steun van Mr. Nicolaas Cornelis Lambrechtsen. In Utrecht wist hij in 1782 zijn eerste dichtbundel te laten uitgeven onder de titel Gezangen mijner jeugd.
Voor zijn eerste dichtbundel verscheen er echter in 1781 een vers van zijn hand in het patriotische weekblad Post van den Neder-Rhijn, onder zijn patriottistische schuilnaam Zelandus. Hij raakt onder de invloed van Joannes Petrus Kleyn en ging zich toeleggen op volksdichtkunst en het uitdragen van zijn vaderlandse en onafhankelijkheidsgevoelens. Bij uitgever Jan Martinus van Vloten gaf hij in de periode juni 1782 tot december 1783 een negental verzen uit in die bijna allemaal in de Post van den Neder-Rhijn verschenen. In 1783 werden deze verzen verzameld in één bundel, zijn tweede officiële uitgave, Vaderlandsche gezangen van Zelandus. Hij had een kamer gehuurd in hetzelfde pand als Quint Ondaatje in de Lange Nieuwstraat.
In 1784 werd Bellamy redacteur van letterkundig tijdschrift, Proeven voor het verstand, den smaak en het hart. Het tijdschrift was een initiatief van zijn vriend dominee Willem Anthony Ockerse. In de tweede uitgave van dit blad plaatste hij een aantal gedichten, waaronder zijn bekende vertelling "Roosje". In diezelfde tijd kwam hij ook in contact met een Utrechts dichtgenootschap met dichters als Jan Hinlópen, S.F.J. Rau en Willem Carp. Hij breekt met zijn Haagse dichtgenootschap en begint een eigen tijdschriftje De Poëtische Spectator, waarin hij zijn oude dichtgenootschap flink bekritiseerde.
In 1785 gaf hij een dichtbundel uit, zijn laatste. Hij noemt zijn dichten dan oden, in navolging van Kleyn, maar ging en wilde verder dan Kleyn gaan in het afschaffen van dichtwetten en -regels. Zover kwam het niet want op 11 maart 1786 stierf Bellamy te Utrecht.
te hier kunt u onder andere zijn "gezangen mijner jeugd" nalezen
In 1777 beveelt de dominee, Jona Willem Te Water, hem aan bij een dichtgenootschap. Niet veel later werd Jacobus verliefd op Francina Baane. Zij verloofde zich echter in 1779 met een ander. In datzelfde jaar werd hij, met steun van wederom dominee Te Water toegelaten tot de predikantenopleiding en werd hij lid van het Haagse dichtgenootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt". Hier ontwikkelt hij zijn dichttheorie dat losheid, waarheid en natuur voorwaardes zijn voor de totstandkoming van kunst.
In 1780 stierf de verloofde van Francina Baane, en verloven Francina en Jacobus zich in het geheim. Toen het eenmaal toch uitkwam, verbood Francina's moeder dat ze elkaar nog zouden zien. In de jaren die volgden, zouden ze elkaar alleen heimelijk ontmoeten bij een wederzijdse vriendin. Deze tijd was een grote bron van inspiratie voor Jacobus. In 1784 werd hij erkend als dichter en accepteerde zijn schoonmoeder de verloving.
Aan het einde van 1781, na 2 jaar privélessen van rector Didericus van Cruysselbergen, werd Jacobus toegelaten op de Universiteit van Utrecht. Dominee Te Water was inmiddels overleden en vanaf dat moment kwam de financiële steun van Mr. Nicolaas Cornelis Lambrechtsen. In Utrecht wist hij in 1782 zijn eerste dichtbundel te laten uitgeven onder de titel Gezangen mijner jeugd.
Voor zijn eerste dichtbundel verscheen er echter in 1781 een vers van zijn hand in het patriotische weekblad Post van den Neder-Rhijn, onder zijn patriottistische schuilnaam Zelandus. Hij raakt onder de invloed van Joannes Petrus Kleyn en ging zich toeleggen op volksdichtkunst en het uitdragen van zijn vaderlandse en onafhankelijkheidsgevoelens. Bij uitgever Jan Martinus van Vloten gaf hij in de periode juni 1782 tot december 1783 een negental verzen uit in die bijna allemaal in de Post van den Neder-Rhijn verschenen. In 1783 werden deze verzen verzameld in één bundel, zijn tweede officiële uitgave, Vaderlandsche gezangen van Zelandus. Hij had een kamer gehuurd in hetzelfde pand als Quint Ondaatje in de Lange Nieuwstraat.
In 1784 werd Bellamy redacteur van letterkundig tijdschrift, Proeven voor het verstand, den smaak en het hart. Het tijdschrift was een initiatief van zijn vriend dominee Willem Anthony Ockerse. In de tweede uitgave van dit blad plaatste hij een aantal gedichten, waaronder zijn bekende vertelling "Roosje". In diezelfde tijd kwam hij ook in contact met een Utrechts dichtgenootschap met dichters als Jan Hinlópen, S.F.J. Rau en Willem Carp. Hij breekt met zijn Haagse dichtgenootschap en begint een eigen tijdschriftje De Poëtische Spectator, waarin hij zijn oude dichtgenootschap flink bekritiseerde.
In 1785 gaf hij een dichtbundel uit, zijn laatste. Hij noemt zijn dichten dan oden, in navolging van Kleyn, maar ging en wilde verder dan Kleyn gaan in het afschaffen van dichtwetten en -regels. Zover kwam het niet want op 11 maart 1786 stierf Bellamy te Utrecht.
te hier kunt u onder andere zijn "gezangen mijner jeugd" nalezen
Bron : wikipedia
zondag 9 augustus 2009
Julian Heward Bell, Engeland (1908-1937)

Julian Heward Bell werd op 4 februari 1908 te Londen geboren, als zoon van de recensent Clive Bell en Vanessa Bell, de zuster van Virginia Woolf. Zijn jongere broer Quentin zou overigens ook schrijver worden.
Julian bracht het grootste deel van zijn jeugd door in Bloomsbury & Charleston, Sussex. Na middelbaar onderwijs te hebben genoten aan de Leighton Park School (1922)en een jaar in Parijs te hebben doorgebracht, begon hij in 1927 met zijn studies Engels en Geschiedenis (toegespitst op politiek) aan Kings College te Cambridge, alwaar hij lid werd van de Cambridge Apostles, een prestigieuze studentenvereniging en begon te schrijven voor verschillende literaire tijdschriften, waaronder "The Venture". Twee van zijn vrienden, Guy Burgess en Anthony Blunt (alwaar hij naar verluidt een relatie mee zou hebben gehad), bleken later spionnen voor de Sovjet-Unie te zijn. Tegen het einde van zijn studie publiceerde hij zijn eerste bundel "Winter Movement" (1930) - welke overigens wat lauw ontvangen werd.
Na zijn afstuderen werkte Bell aan een tweetal dissertaties (over de poëzie van Pope & de toepassing van ethiek binnen de politiek) maar zonder succes. In 1935 vertrok hij naar China alwaar hij werkzaam was als professor Engels aan de universiteit van Wuhan. Aangetrokken door de oorlog in Spanje keerde hij in 1937 weer terug naar Europa, alwaar hij zich meteen aanmeldde bij de Britse Medische eenheid. Hij was eigenlijk van plan om zich aan te melden bij de strijdkrachten, maar in verband met de pacifistische principes van onder andere zijn, legde hij zich neer bij het voorstel van zijn familie. Op 18 juli 1937 (na slechts zes weken) kwam hij om gedurende de slag rond Brunette, alwaar hij werkzaam was als bestuurder van een ambulance.
bibliografie:
Winter Movement, 1930
We Did Not Fight, 1935
Works for the Winter, 1936
Essays, Poems and Letters, 1938 (postuum gepubliceerd door zijn broer Quentin Bell)
tot ik een zekere Engelse bloemlezing (poets of the thirties) in de chaos die mijn boekenkamer op het moment is heb weten te traceren, nog even geen gedicht van Bell, maar er wordt dus aan gewerkt;)
zaterdag 8 augustus 2009
Gustavo Adolfo Becquer, Spanje (1836-1870)

Gustavo Adolfo Becquer werd op 17 februari 1836 geboren te Sevilla, in een familie die voor een groot deel uit kunstenaars (voornamelijk schilders) bestond. Zijn vader Jose Dominques Becquer, stierf toen Gustavo slechts vijf jaar oud was. Zijn moeder op zijn elfde.
Tegen de wil van de familie in, vertrok hij in 1854 naar Madrid, alwaar hij schilderde (onder andere aan het nooit afgeronde "de geschiedenis van Spaanse tempels") & produceerde toneelstukken en korte opera's. Verder schreef hij aan de lopende band om maar enigszins in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. In 1858 liep hij een serieuze ziekte op, waar eigenlijk maar weinig over bekend was.
Hij reisde af naar Soria & Veruela, voor zijn gezondheid en vond rust, een dokter & een vrouw, Casta Estelban. Maar het huwelijk dat in 1861 beklonken werd kende weinig geluk. Daarentegen was dit wel de periode waarin hij zijn beste werken schreef, zo publiceerde hij geregeld gedichten in tijdschriften zoals El Contemporaneo & El museo universal. In 1868 stelde hij een manuscript samen van zijn beste verzen, welke werd aangekocht door Gonzalez Bravo. Gedurende de revolutie werd het huis van Bravo echter geplunderd, waarmede ook het manuscript van Becquer van de aardbodem verdween.
Hierna vestigde Becquer zich samen met zijn broer Valeriano in Toledo, tezamen met enkele van hun kinderen. Gustavo werd redacteur van La Illustration de Madrid en deed pogingen zijn gedichten vanuit het geheugen te herschrijven, wat uiteindelijk resulteerde in "het boek van de mussen", wat overigens pas na 1914 enige bekendheid kreeg.
Op 22 december 1870 overleed Gustavo op 34 jarige leeftijd. Na zijn dood verenigde enkele vrienden zich in het streven de werken van Becquer gepubliceerd te krijgen. Onder andere om geld te vergaren voor zijn weduwe en zijn drie zoons. Het verzamelde werk verscheen in 1871 in twee delen.
LYRICAL INTERMEZZO NO. 55
by: Gustavo Adolfo Becquer (1836-1870)
OFTEN when two are parting,
Each grasps a hand as friend;
And then begins a weeping
And a sighing without end.
We did not sigh when parting;
No tears between us fell;
The weeping and the sighing
Came after our farewell.
vertaald in het Engels door Chas. G. Leland
maandag 3 augustus 2009
Nikolaus Becker, Duitsland (1809-1845)

Nikolaus Becker werd geboren op 8 oktober 1809 te Bonn & overleed op 28 augustus 1845 te Hünshoven- Geilenkirchen. Becker studeerde rechten. In 1838 werd hij beedigd als jurist en was later onder andere werkzaam bij het vredesgerecht.
Zijn verzamelde gedichten die in 1841 werden uitgegeven, werden over het algemeen als zijnde onbeduidend beschouwd en daardoor snel vergeten, iets wat overigens niet geldt voor het hieronder staande lied Der deutsche Rhein, waarvan maar liefst 70 composities zijn vervaardigd.
Der deutsche Rhein (1840)
Sie sollen ihn nicht haben,
Den freien deutschen Rhein,
Ob sie wie gier'ge Raben
Sich heiser danach schrein,
So lang er ruhig wallend
Sein grünes Kleid noch trägt,
So lang ein Ruder schallend
In seine Woge schlägt!
Sie sollen ihn nicht haben,
Den freien deutschen Rhein,
So lang sich Herzen laben
An seinem Feuerwein;
So lang in seinem Strome
Noch fest die Felsen stehn,
So lang sich hohe Dome
In seinem Spiegel sehn!
Sie sollen ihn nicht haben,
Den freien deutschen Rhein,
So lang dort kühne Knaben
Um schlanke Dirnen frein;
So lang die Flosse hebet
Ein Fisch auf seinem Grund,
So lang ein Lied noch lebet
In seiner Sänger Mund!
Sie sollen ihn nicht haben,
Den freien deutschen Rhein,
Bis seine Flut begraben
Des letzten Manns Gebein!
© Nikolaus Becker
Jean Bayet, Frankrijk - (1882 - 1915)
Abonneren op:
Posts (Atom)


