vrijdag 9 september 2011

Lucretia Maria Davidson, Engeland (1808-1825)


Lucretia Maria Davidson werd geboren op 27 september 1808 in Platsburgh, New York, als dochter van Oliver Davidson (dokter) & Margaret Miller (schrijfster). Op haar vierde werd ze naar Platsburgh Academy gestuurd, alwaar ze leerde lezen en rond haar tiende reeds een voorkeur ontwikkelde voor schrijvers zoals Goldsmith, Kotzebue & Shakespeare. Daarnaast las ze veel geschiedenis en populaire literatuur. Ze schreef reeds gedichten op zeer jonge leeftijd, maar had uit schaamte veel van haar eerstelingen verbrand. Het vroegst bekende werkje van haar schreef ze op haar negende : "Epitaph on a robin".

Elk beschikbaar moment besteedde ze aan het schrijven van gedichten en overal waar ze kwam torste ze pen, inkt & papier met zich mee. Vrienden van de familie oordeelde echter dat dat geen activiteiten waren voor een meisje van haar leeftijd, en adviseerde de haar zo geliefde materialen buiten haar bereik te houden. Zo geschiedde. Maar toen haar moeder steeds vaker een melancholische gesteldheid bij haar kind ontwaarde, werd ze weer in staat gesteld te doen wat ze toch het liefste deed.

In oktober 1824 kreeg de familie bezoek van een welgestelde jongeman, Moss Kent die zodanig onder de indruk was van haar schrijven dat hij de ouders van Lucretia voorstelde haar op zijn kosten te laten studeren op Mrs. Willards school te Troy, New York, alwaar ze een betere opleiding kon genieten dan binnen het budget van de familie mogelijk zou zijn geweest. Maar de studie bleek een slechte uitwerking te hebben op haar gezondheid, en binnen korte tijd keerde ze weer naar huis terug. Na haar herstel, studeerde ze nog even aan Miss Gilbert's te Albany, maar ook daar zou ze het niet lang volhouden.

ze overleed op 27 augustus 1825 te Platsburgh. Zestien jaar en elf maanden oud, aan de gevolgen van Tuberculose. Hoewel er ook geruchten gingen dat ze aan anorexia zou lijden. Ondanks haar jonge leeftijd liet ze 278 gedichten na.

Davidson werd geroemd om haar werk door personen zoals Edgar Allan Poe, Robert Southey & Catharina Marie Sedgwick. Sedgwick publiceerde een biografische schets over Davidson die later toegevoegd zou worden aan haar "Poetical remains" uit 1841. Southey's vergeleeek haar in zijn (ietwat geromantiseerde) studie over Davidson uit 1829 met namen als Thomas Chatterton & Henry Kirke White (maar niet enkel om haar leeftijd) - wat haar reputatie zeker ten goede is gekomen. Poe legde voornamelijk de nadruk op haar poëtische ziel, die ze naar zijn zeggen nog niet geheel bloot had weten te geven in haar werk. Een kwestie van tijd - die haar domweg niet gegeven was.

THE FEAR OF MADNESS

HERE is something which I dread,
It is a dark, a fearful thing;
It steals along with withering tread,
Or sweeps on wild destruction's wing.

That thought comes o'er me in the hour
Of grief, of sickness, or of sadness;
'Tis not the dread of death--'tis more,
It is the dread of madness.

O! may these throbbing pulses pause,
Forgetful of their feverish course;
May this hot brain, which, burning, glows
With all its fiery whirlpool's force,

Be cold, and motionless, and still,
A tenant of its lowly bed,
But let not dark delirium steal--
[Unfinished]

1 opmerking:

Jürgen Smit zei

bronnen : wikipedia / portraits of american women writers